LICHT

Geplaatst op 04-12-2008 00:48

Een aardige vondst

Een aardige vondst in het leger is het militaire identiteitsplaatje. Je identiteit staat er in tweevoud op vermeld… heel handig in de militaire optiek. Stelt U zich eens voor: de Russen zijn (toch) gekomen en ze schieten je tegelijk vol met gaten maar je bent nog niet meteen dood. Hospikken zien dat direct en aan de hand van de gegevens op het identiteitsplaatje nemen ze de juiste maatregelen zoals het verlenen van eerste hulp en het waarschuwen van de juiste geestelijke verzorger.
In het geval van overlijden wordt het onderste deel van het plaatje afgebroken en via de militaire administratie te zijner tijd naar je moeder op gestuurd. De andere helft wordt samen met je stoffelijke resten in een gat gegooid.
Heel handig, dat geef ik toe… maar wat nou als je zo’n plaatje niet hebt? Dan niks moeder en de rest gaat zonder enige identiteit in een gat… je moet er niet aan denken gewoon.

Handig

Handig, ja… voor een leger te velde maar ook in de kazerne? Het kader is vindingrijk genoeg. Bijvoorbeeld, de Aal(moezenier) houdt een seance óf anders de Doom(inee) maar nóóit allebei tegelijk… dat kan niet.
Dat lost het kader op de volgende manier op. In het geval van de Dominee gaan alle anderen – dat zijn dus de katholieken – een uurtje hindernisbaan doen, hardlopen, met een traangasgranaat de bunker in voor een gasmasker test en wat er verder nog verzonnen kan worden om het lanterfanten van de ellendige dienstplichtige te voorkomen…. allemaal aantreden, nu! Katholieken rechts… protestanten links!… identiteitsplaatje tonen, ja!
– Ben ik niet duidelijk Labarbe?
– Zeker wel sergeant… katholieken rechts en protestanten links.
– En waar wachten wij nu op, Labarbe?
– Zal ik me maar bij de protestanten aansluiten sergeant?
– Proberen wij ons te drukken Labarbe? Mooi niet! Laat zien dat plaatje!
– Heb ik niet
– Dat hoor je altijd om te hebben… volgende keer een douw… halen, nu!
– Ik heb ‘t niet
enz. enz. enz.
Een keer per week of een keer per twee weken steeds hetzelfde verhaal en dat eenentwintig maanden lang.

De Humanist en de CSM

De humanist verschijnt bij het Garde. Wat is dàt nou weer voor vogel, die humanist… die wil ik van dichtbij zien en ik vervoeg me voor inlichtingen bij de CSM (Compagnie’s Sergeant-Majoor, een belangrijk man met de aanspreek titel: Majoor)
– Ja?
– Ik hoorde dat er tegenwoordig een humanist bij de geestelijke verzorging is gekomen, majoor…
– Huh?
– Het is eigenlijk de raadsman…
– Huh?
– Graag wil ik zijn bijeenkomsten bijwonen, indien mogelijk
– Huh?
– Is dat mogelijk?
– Huh?
– Laat ik het anders zeggen. Naast de Aalmoezenier en de Dominee hebben we sinds kort de Raadsman… de Humanist, onder meer voor mensen die niet christelijk zijn…
– Huh?
– Laat ik me nog anders uitdrukken… kan ik daar naar toe?
– ….
– Wat denkt u?
– Ik denk het niet…

Ik dacht van wel en ik zocht het hoger op bij de CC! Jawel! De Compagnie’s Commandant!

De Kapitein

– Kapitein, ik zou graag…. enz.
– Huh?
– Graag zou ik bij de eerstvolgende sessie van de humanist aanwezig willen zijn en ik vraag u om toestemming zoals het hoort… krijg ik die toestemming niet dan schrijf ik een brief aan de Overste (de kazernecommandant) en anders naar de Telegraaf! (1965! die lustten er wel pap van in die dagen)
– De Kapitein was een kundig militair en dien ten gevolge goed op de hoogte van de regels (de inwendige dienst, en dat is niet de keuken).
– Dat kan niet Labarbe. Alleen officieren en onderofficieren hebben toegang tot de raadsman, manschappen zijn aangewezen op de aalmoezenier of de dominee.
– Maar ik ben niet christelijk kapitein
– Jood?
– Nee
– Humanist?
– Ook niet
– Laat me je identiteitsplaatje eens zien
– Heb ik niet
– Heb je niet? enz enz

De Humanist

De Humanist was een geschikte kerel… geen zeveraar of gelijkhebber. Steeds nam hij een stel nieuwe Provo’s mee ter inzage (streng verboden op het kazerne terrein). Ik herinner me nog een foto-montage van Beatrix als naaktdanseres… heel kuis met een broekje aan en een kroontje erop en haar armen voor haar tieten gevouwen. Voldoende om echte militairen met spontane hartklachten te laten opnemen. Aanwezig waren steevast 1 officier (dpl), 2 onderofficieren (dpl) en 2 manschappen (dpl) zonder identiteitsplaatje….

Hoe komt dat?

Ik stel u voor: de sergeant van de week:
– Labarbe! vanavond om negentienhonderduur naar de Dominee!
De Dominee, sergeant? Daar kom ik nooit… wat wil die van mij?
– Geen idee maar hij heeft de rang van majoor.
Hij weg.

Het was in het voorjaar van 1965, nog vrij in het begin van mijn militaire loopbaan, dat ik op het punt stond, geheel onverwacht “Het Licht” te gaan zien… ergens tussen zeven en acht uur ‘s avonds in de Kromhoutkazerne in Utrecht.
Hoewel ik vast van plan was om me die avond ergens in Utrecht vol te laten lopen stond ik toch om zeven uur voor de deur bij de dominee. Ik brandde van nieuwsgierigheid om zo iemand eens van dichtbij te zien… ja, om er zelfs enige woorden mee te wisselen.

De Dominee

Er was een bank in de gang voor de deur van de kamer van de Dominee. Ik verstoutte me er op te gaan zitten… ik was een durfal in die tijd.
In de deuropening verscheen een dikke heer van middelbare leeftijd in militair uniform, compleet met balk&ster.
– François? zei de dikke heer.
Een aardige man, hij scheen me ergens van te kennen leek het wel en hij nodigde me joviaal uit om binnen te komen en op de stoel voor zijn bureau plaats te nemen. Heuh?
We spraken enige tijd als normale mensen met elkaar over onderwerpen die me nu niet meer te binnen willen schieten… het weer denk ik.
– Goed François, zei de dikke heer na enige tijd, laten we ter zake komen… het gaat om een administratieve omissie… een kleinigheid… heeft niets om het lijf…even rechtzetten… zo gebeurd.
Juist, een kleinigheid, dat dacht ik ook… niet moeilijk doen… even rechtzetten enzeu…
– Waar gaat het om Dominee?
Hij zwaaide met een paar vellen papier voor mijn neus heen en weer…
– Niets ingevuld François… nog helemaal blanco.
Ik keek eens goed en inderdaad, er was niets ingevuld.
– Wat zijn dat nou voor papieren Dominee, vroeg ik.
– Je geestelijke verzorgingskaart, François! Hahaha… ze hebben je vergeten François… helemaal niets behalve je naam. Kom, we vullen het even in.
Godsdienst? Protestant zeker, hè?
– Nee nee, niet protestant.
– Nou goed, dan vul ik in: roomskatholiek.
– Nee hoor Dominee, ik ben ook niet katholiek.
Het moment voor de aardige Majoor om zijn balpen even neer te leggen.
– Joods? (let op de s)
– Nee, ook niet.
Hij begon me wat nauwkeuriger op te nemen, die Majoor-Dominee.
– Ah… dat zie je tegenwoordig wel vaker… de kerk… ja, de jeugd heeft altijd wel een periode… vrijheid blijheid, zei hij lachend…. maar, waar ben je gedoopt?
– Niet gedoopt, Dominee en ik lachte hem maar eens toe om het aankomende leed wat te verzachten.
De dikke heer bekeek nog eens vluchtig de niet ingevulde geestelijke verzorgingskaart.
– Ik zie het al, in de oorlog geboren en toen ging er veel mis met administraties, hè?… hij nam me nu bepaald aandachtig op.
– Nou, waar is je vader gedoopt, dan komen we vast wel verder
– Ook niet gedoopt, Majoor
– Niet!?
– Mijn familie is al sinds het laatste kwart van de negentiende niet religieus, laat staan kerkelijk. Ik wil u vriendelijk verzoeken mijn geestelijke verzorgingskaart verder ook niet in te vullen. Alleen een niet ingevulde kaart lijkt mij op het lijf geschreven.

De aardige man begon gaandeweg te veranderen in een ietwat boze man, in de veronderstelling dat ik hem zat te belazeren. Lossere banden met de kerk was voor hem niet nieuw… naar de kerk voor geboorte, huwelijk en begrafenis was voor veel mensen kennelijk de nieuwe beleving van de (zijn) godsdienst geworden. Hij kende het natuurlijk wel, maar een volledige, bijna 100 jarige familiare negatie van alles waar hij voor stond, tot en met zijn beroep, was net iets teveel van het goede.
Belangrijk voor mij in de onderhavige militaire hiërarchie was dat deze aardige man niet zou transformeren in een boosaardige man. Dat dikke Dominee’s kunnen bewolken heb ik hier zelf kunnen vaststellen… hij betrok gewoon achter zijn bureau.
Mogelijk was het mijn houding ten opzichte van de (zijn) christelijke godsdienst of misschien ook was het mijn brutale onbeschofte grijns waarmee ik later nog veel prijzen heb gewonnen of misschien waren ze wel allebei de oorzaak voor het hijsen van de stormbal.
Hij vermande zich, stond op en liep de gang op. Het voor de deur geposteerde manschap kreeg instructies die avond verder niemand meer binnen te laten.

Licht

– Zoooo François, zei hij. Denk je er zo over?
Ik had er geen moeite mee.
Hij ging meteen in de aanval zoals een goed militair geestelijke betaamt… er zijn dingen tussen hemel en aarde, François waar jij niet over kan oordelen… die jij niet begrijpt… nog niet kàn begrijpen op jouw leeftijd.
Ik noemde het gewoon allemaal flauwe kul, z’n godsdienst, z’n kerk, z’n bijbel, z’n leger, z’n rang. Ik vroeg ‘m om bewijzen voor het bestaan van zijn god, wat ik er in de praktijk allemaal mee opschoot en dat als ik toch bekeerd zou moeten worden ik liever koos voor de “Kerk-van-de-Carnaval” dan voor die lelijke kale protestantse sarcofaag…
We bleven net zolang bekvechten over het niets, over die lege emmer van het geloof, tot dat we door de invallende duisternis elkaar nauwelijks meer konden zien zitten.
Hij sloeg met allebei zijn vlakke handen op het bureaublad als een soort van time-out. De Majoor scharrelde uit de boekenkast achter zich een boekje te voorschijn… hier François, lees dit eens. Hij gaf het me en knipte een lampje aan: LICHT stond er op in middelgrote letters op een foto van een wegtrekkende bewolking.
Licht, jawel… ik heb ‘t nog steeds. Er staan verschillende mooie feuteu’s in… van een gelukkige moeder met een baby… een oude boer die op zijn veldje stro bij elkaar staat te harken, een woestijn gezien vanuit een grot en nog een paar van die foto’s… zo mooi… zo zou ik ze zelf niet kunnen maken.

Het evangelie van Johannes. Een proeve van vertaling in hedendaags Nederlands. Een uitgave van het NBG in 1964.

 
 11 aanbevelingen
 11 reacties
 –

Bovenkant formulier

Rob / 04-12-2008 07:58
Het zijn aardige plaatjes, maar in Vietnam ontdekten de Amerikanen dat het kettinkje om de nek toch niet zo’n goed idee was, omdat de heren tijdens wandeltochten door de plaatselijke bossen, parken en pittoreske dorpjes nog wel eens het hoofd wilden verliezen – en dus ook de plaatjes.
Amerikanen droegen vaak ook zo’n plaatje in een schoen.
De drager van dit plaatje zou geboren zijn op 23 januari 1908 (aangenomen dat het Nederlandse leger geen zuigelingen rekruteert). Maar ik neem even aan dat het plaatje bewerkt is in Photoshop.
Die van mij vermelden trots GEEN in plaats van RK – voor een jongen van 17 tijdens de keuring was dat wel een stap, om ronduit je RK achtergrond te verloochenen. Overigens staat er geen bataljon of onderdeel (meer) vermeld op je plaatje.
R.Kruzdlo / 04-12-2008 11:20

Wat een verhaal. Ik ben op dit moment bezig de geschiedenis naar de oorlog op Walcheren. Wanneer mochten de eerste Duitse touristen terug komen.

Weet jij of juliie daar iets over?

dank en sukses

– 
peter louter / 04-12-2008 11:56
Met veel smaak en grijns gelezen.
Je hebt het leger opgescheept met een enorm probleem.
Meer smaken hadden ze niet.
Het onoplosbare probleem was natuurlijk wie jouw eventuele militaire uitvaart moest begeleiden.
Niemand?
– 
Rob / 04-12-2008 13:21
Kruzdlo, ik weet niet of er voor de oorlog ook al vele Duitsers in Zeeland op vakantie gingen. Een reis naar het buitenland was in die dagen niet voor iedereen weggelegd, en bovendien hadden de Duitsers voor de oorlog nog een flik stuk eigen kust – na de oorlog was het grootste deel van de Oostzeekust deel van Oost-Duitsland.
– 

R.Kruzdlo / 04-12-2008 13:53

Wat ik weet: Domburg was een kuuroord

1. er kwamen veel duitsers
2. er waseen hotel waar de nederlandse en buitenlandse koninginnen, koningen
kwamen
3. jaren na de oorlog (Duitsers dus) mochten die weer terug komen
4. vraag: wanneer mochten die weer terug komen en hoe is daar over overlegt bestuurlijk, landelijk, provenciaals en lokaal.

Ik heb een keer per e-mail hier over vragen gesteld aan de gemeente Domburg. Antwoord: wij hadden geen enkel probleem met het terug keren van Duitse touristen. Geen antwoord op mijn vraag dus.

Tot nu toe heb ik een persoon gesproken die zij: pas 5 jaar later konden de Domburgse gemeenschap accepteren dat er Duitse touristen terug kwamen.

Maar hoe, wanneer precies, en wie waren zij.

Ik hoop dat ik geen problemen krijg met mijn vragen op dit blog

in ieder geval dank dat ik de vragen mocht stellen.

– 
François / 04-12-2008 16:50
Zoals je in het verhaaltje al hebt kunnen lezen, Rob, heb ik zo’n plaatje nooit bezeten. Ik heb dus ook even moeten zoeken naar een model waarvan ik me herinnerde dat anderen daar altijd mee om hun nek liepen en deze is het dan.
De gegevens over de religie werden in mijn tijd (denk ik) ontleend aan de burgerlijke stand van de gemeente waar je oproep naar toe is gestuurd, je kon dat niet zelf opgeven voor zover ik me herinner… dus het verloochenen van je paapse afkomst was toen niet mogelijk… de waarheid moest je ingeponst je hele diensttijd om je nek met je mee dragen;-)

Kruzdlo, voor zo ver ik weet, kon na het weer open gaan van de grens tussen Duitsland en Nederland in ‘47 of ‘48 iedere Duitser in Nederland gaan en staan waar hij wilde. Gemeentelijke-, provinciale of landelijke restricties betreffende het niet toelaten van Duitsers hebben m.i. nooit bestaan. Acceptatie is zuiver een privé-aangelegenheid en het is natuurlijk voorstelbaar dat mensen in Zeeland (of Zandvoort e.d.) even geen Zimmer frei meer hadden voor die lui, maar dan is dat maar heel kort geweest… geld heelt alle wonden, zeg maar.
In Arnhem hadden we zo rond 1950 al vrij veel winkelende Duitsers tot verdriet van de burgerij maar niet tot verdriet van de middenstand. Ze kwamen speciaal voor koffie en textiel.

Het onoplosbare probleem was eigenlijk alleen maar onze aanwezigheid, Peter, daar waren we het allemaal wel over eens;-) Echt veel problemen heb ik tijdens mijn diensttijd nooit ondervonden of veroorzaakt. Ik liet me alleen niet alles aanleunen… verbaal werd ik wel eens vervelend vonden ze, maar dat was dan ook de bedoeling;-)

R.Kruzdlo / 04-12-2008 18:37

François hier ben ik blij mee. Mooi verhaal en antwoord. Dit is duidelijk dan hoef ik niet te zoeken naar papieren waar de restricties op staan vermeld.

Ik kan misschien vermoeden dat je in Arnhem woont?

Heel erg dank

– 
cor / 04-12-2008 20:31
ben nooit in dienst geweest, als ik dit zo lees heb ik wat gemist; zo’n plaatje heb ik wel van mijn oom uit begin 1900
– 
François / 04-12-2008 21:04
Het vermoeden is bijna juist, Kruzdlo… ik woon er tegen aan, in Velp;-) Succes met je onderzoek.

Het is weer een onthullende mededeling, Cor… volgens Rob is dit plaatje bewerkt in Photoshop maar het is dus het plaatje van je oom!
Je hebt veel gemist, Cor.

– 
Johan HvD / 05-12-2008 00:13
Ooit heb ik ook eens bij zo een soort Majoor moeten komen, maar dan voor een geheel ander geval. Aan de muur hing een schilderij van vechtende leeuwen, de Majoor zat tegenover mij en vertelde dat ik niet de goesting had als van de leeuwen op het schilderij. Neen, zei ik, daar hebt u volkomen gelijk in. Dan kun je maar beter thuisblijven, zei de Majoor. Of Kapitein. Of Sergeant. Of Dominee wellicht.;-)

Even dacht ik dat ge bij de suikerfabriek CSM dienst had gedaan, mijnheer François. Dat was dan wellicht iets zoeter van smaak geweest.;-)

– 
François / 05-12-2008 22:56
Een soort Majoor is, denk ik, een soort geit met twee koppen, Johan… dan kan je ook maar beter thuisblijven;-)
Advertenties

9 reacties on “LICHT”

  1. johanhvd schreef:

    Lang geleden heb ik ook eens een evangelie geschreven, Johannes II, maar niemand geloofde het…

    U hebt nog een zware kluif gehad aan den deuminee, Mijnheer François.
    Mijn stiefvader zaliger liet altijd weten dat hij rk was, dan kreeg hij veel vrije dagen.
    Een deuminee of een pasteur had hij nog nooit in de ogen mogen kijken, de café-exploitant daarentegen vrijwel iedere dag.
    De man heeft dan ook nooit een dwergelijk Bâtaljonplaatje bezeten. Wel een hondenpenning… :-(

    • francois15 schreef:

      De “Johannes II” is meer een naam voor een binnenvaartschuit Mijnheer Johan, dan voor een evangelie ;-)
      Moet je zo’n hondenpenning ook om je nek dragen?

      • Johan HvD schreef:

        Tja, eigenlijk was ik het vergeten te vermelden, Mijnheer François, maar dat “Johannes II” had ik dan ook geschreven op een vaartschuit, met de bedoeling te preken voor de vissen.
        Zelfs de piloot van de boot vond er niets aan. :-(

        En, al schrijvende had ik de hondenpenning om de nek hangen. Bij geval van vermissing, zeg maar. ;-)

  2. assyke schreef:

    genoten
    ondanks de enzovoorts onderhoudend verteld

  3. Reine jRagolo schreef:

    Ik heb het plaatje weggemieterd.
    Een eventuele oorlog zal zo destructief zijn
    dat er niemand is om het plaatje naar mijn overleden moeder te sturen.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s